Naar hoofdinhoud

§ 3 › § 3.4 › § 3.4.1

Artikel 55

Artikel 55

Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 4 augustus 2026

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van: ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5, een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en waarbij het thermische vermogen van de warmtepomp ten minste 20% van het geothermische vermogen van de productie-installatie is en waarbij de warmtepomp geschikt is om warmte op een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C te produceren en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het warmtenet of het verwarmingssysteem op het moment van de aanvraag een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C heeft, waarbij: het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt; het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en met een thermisch vermogen kleiner dan 12 MWth; of het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt met een thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 12 MWth.

Rechtspraak bij dit artikel