Naar hoofdinhoud

§ 3 › § 3.4 › § 3.4.6

Artikel 65

Artikel 65

Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 4 augustus 2026

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte waarbij warmte wordt hergebruikt in een op het moment van de aanvraag bestaand verdampingsproces door middel van één of meerdere elektrisch aangedreven warmtepompen, die in geval van een gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel zijn, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en door procesintegratie met de productie-installatie het bestaande verdampingsproces wordt aangepast; ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt en door procesintegratie met de productie-installatie het bestaande verdampingsproces wordt aangepast; ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt en door procesintegratie met de productie-installatie het bestaande verdampingsproces wordt aangepast; ten hoogste 8.000 vollasturen bedraagt; ten hoogste 5.000 vollasturen bedraagt; of ten hoogste 3.000 vollasturen bedraagt. 2. De warmtepomp of warmtepompen hebben een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij de hoeveelheid bespaarde warmte per hoeveelheid extra opgenomen elektriciteit bij vollast bedrijf voor de productie-installatie, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, ten minste 3,0 bedraagt, bepaald op een fictieve gesloten omhulling waarbinnen zich de warmtepomp of warmtepompen en de tot de productie-installatie behorende procesaanpassingen bevinden. 3. De warmtepomp of warmtepompen hebben een thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij de hoeveelheid bespaarde warmte per hoeveelheid extra opgenomen elektriciteit bij vollast bedrijf voor de productie-installatie, bedoeld in onderdelen d tot en met f, ten minste 4,5 bedraagt, bepaald op een fictieve gesloten omhulling waarbinnen zich de warmtepomp of warmtepompen en de tot de productie-installatie behorende procesaanpassingen bevinden. 4. Door procesintegratie met de productie-installatie wordt het bestaande verdampingsproces, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, ten minste aangepast door: over te stappen van een productiewijze waarbij in een reactor grondstoffen tot gereed product worden verwerkt waarna de reactor wordt geleegd, naar een productiewijze waarbij in een reactor voortdurend nieuwe grondstoffen worden toegevoerd en gereed product wordt afgevoerd; of het plaatsen van een nieuw verdampingsvat of een nieuwe verdampingsreactor om de warmtepomp te kunnen integreren; of het toepassen van een nieuw vat of een nieuwe warmtewisselaar voor condensatie van de damp. 5. De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude.

Rechtspraak bij dit artikel