**1.** Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:
bij nieuwbouw: de totale extra kosten voor de uitvoering van een project ten opzichte van een zeeschip met eenzelfde levensduur, laadcapaciteit en operationele inzet als het schip waarop het project wordt uitgevoerd, dat is uitgerust met een conventionele verbrandingsmotor die voldoet aan de actuele regelgeving van de Europese Unie en de Internationale Maritieme Organisatie;
bij retrofit: de totale retrofittingskosten, mits het zeeschip eenzelfde economische levensduur behoudt die het zonder de retrofit zou hebben.
**2.** De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.
**3.** De subsidie bedraagt tot 1 januari 2028 ten hoogste € 4.000.000,– per project en vanaf 1 januari 2028 ten hoogste € 3.500.000,– per project.
**4.** De subsidie voor energiebesparende technieken die de energiebehoefte van de voortstuwing verminderen bedraagt maximaal € 400.000,– per project en valt binnen het in het derde lid genoemde maximumbedrag.
**5.** De subsidie voor een batterijpakket bedraagt maximaal € 400.000,– per project en valt binnen het in het derde lid genoemde maximumbedrag.
**6.** Het percentage genoemd in het tweede lid wordt verhoogd met 10 procentpunten voor een emissievrij zeeschip en 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen of 20 procentpunten voor kleine ondernemingen.
Artikel 4
Subsidiabele kosten en hoogte subsidie
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026–2030· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 13 augustus 2026