Dit besluit bevat het beleid voor de zuivere splitsing in de vennootschapsbelasting en vervangt het besluit van 12 augustus 2022, nr. 2022-188573 (Stcrt 2022, 22292). Gewijzigd is het volgende.
Dit besluit bevat geen tekstblokken meer voor de inspecteur. De beleidsmatige onderdelen van deze tekstblokken zijn in het huidige besluit verwerkt in de hoofdtekst van het besluit, een inhoudelijke beleidswijziging is niet beoogd.
Paragraaf 2 is aangevuld met een voetnoot over het vestigingsplaatsvereiste in de situatie van een belastingverdrag met een zogenoemde non-discriminatie bepaling.
Paragraaf 3.3. verduidelijkt dat met het afgeven van een beschikking op grond van artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de inspecteur geen zekerheid verstrekt over de zogenoemde ontgaanstoets van artikel 14a, zesde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Paragraaf 5.1. over het meegeven van aanspraken is aangevuld met de aanspraak op voorwaartse toerekening van een negatief bedrag aan winst op de voet van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
In paragraaf 6 is de toelichting op artikel 13ca van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vervallen, omdat de kans klein is dat deze met ingang van 2006 vervallen bepaling via het overgangsrecht nog toepassing vindt.
Nieuw in paragraaf 6 is ook de toelichting op de nieuwe standaardvoorwaarde onder nummer 13. Daarin staat een regeling voor een splitsing waarbij de verkrijgende rechtspersoon wel de verlengstukwinstregeling toepast en de splitsende rechtspersoon niet. Nu deze samenloop in standaardvoorwaarde 13 wordt geregeld, valt een dergelijke splitsing onder de algemene toestemming van de inspecteur en mag hij voortaan ook dergelijke splitsingen zelf afdoen.
In paragraaf 8.2. is verduidelijkt dat de goedkeuring met betrekking tot te late verzoeken vervalt door het onherroepelijk worden van een aanslag die is vastgesteld met inachtneming van een belaste overdracht.
Daarnaast bevat het besluit enkele redactionele wijzigingen.
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Bvdb 2001
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
BW
Burgerlijk wetboek
Wet IB 2001
Wet inkomstenbelasting 2001
Wet Vpb 1969
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
zuivere splitsing
een splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon ophoudt te bestaan als bedoeld in artikel 14a,Wet Vpb 1969
splitsende rechtspersoon
de rechtspersoon die in het kader van een zuivere splitsing zijn vermogensbestanddelen overdraagt
verkrijgende rechtspersoon
een rechtspersoon die in het kader van een zuivere splitsing vermogensbestanddelen verkrijgt, dan wel de fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 Wet Vpb 1969 waartoe deze rechtspersoon behoort bij de splitsing betrokken rechtspersonen: de splitsende rechtspersoon, dan wel een verkrijgende rechtspersoon
onderneming
de vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
splitsingstijdstip
het tijdstip met ingang waarvan de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersonen te komen
In de Wet Vpb 1969 wordt de zuivere splitsing geregeld in artikel 14a Wet Vpb 1969. Deze splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon ophoudt te bestaan, wordt geacht een overdracht te zijn (artikel 14a, eerste lid, Wet Vpb 1969). In eenvoudige gevallen geldt voor de winst die daardoor wordt behaald een faciliteit direct op grond van de wet (artikel 14a, tweede lid, Wet Vpb 1969). In andere gevallen kan ik de inspecteur toestaan onder het stellen van voorwaarden een faciliteit te verlenen (artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969).
In de paragrafen 2 tot en met 6 van dit besluit staat mijn beleid voor de toepassing van artikel 14a Wet Vpb 1969. Hier wordt onder andere ingegaan op de voorwaarden die in het algemeen worden gesteld bij de toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969. Deze voorwaarden zijn opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. Met nadruk wijs ik erop dat het algemene karakter van de voorwaarden meebrengt dat de voorwaarden worden gewijzigd of aangevuld al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval.
In paragraaf 7 wordt onder andere een algemene toestemming verleend aan de inspecteur tot het afdoen van bepaalde verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969. Paragraaf 7 bevat verder instructies voor de afdoening van verzoeken die wel en die niet onder de algemene toestemming vallen.
In paragraaf 8 is het beleid opgenomen voor te laat ingediende verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969.
In paragraaf 9 geef ik aan welk besluit is ingetrokken.
Paragraaf 10 geeft aan met ingang van welke datum dit besluit in werking treedt.
Paragraaf 11 bevat de citeertitel.
De goedkeuringen in dit besluit zijn gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Besluit zuivere splitsing 2026· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 19 augustus 2026