Dit besluit bevat mijn beleid over de uitleg van bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting en dubbele niet-belasting bij de belastingheffing in de winstsfeer. Het gaat daarbij om de toepassing van de door Nederland gesloten belastingverdragen, de in relatie met de andere landen van het Koninkrijk geldende regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, en relevante bepalingen die zijn opgenomen in de Nederlandse regelgeving, waaronder het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
De in dit besluit opgenomen vragen en antwoorden zijn thematisch gerangschikt, met als hoofdindeling: belastingverdragen, alsmede de Belastingregeling Nederland Curaçao (hoofdstuk 2), Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (hoofdstuk 3), Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en Wet inkomstenbelasting 2001 (hoofdstuk 4), en Wet op de dividendbelasting 1965 (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 2 wordt zoveel mogelijk de volgorde aangehouden van de bepalingen die zijn opgenomen in het door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) opgestelde modelbelastingverdrag.1OECD Model Convention on the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital.
Daarnaast bevat dit besluit verwijzingen naar andere beleidsbesluiten over specifieke onderwerpen die zijn opgenomen in de regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. Hiermee beoog ik de kenbaarheid van mijn uitvoeringsbeleid op het gebied van het internationale belastingrecht te waarborgen.
Dit besluit vervangt het besluit van 16 juni 2023, nr. 2023-11648 (Stcrt. 2023, 17534).
In dit besluit zijn recente kennisgroepstandpunten opgenomen. In verband daarmee zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan dit besluit:
Toepassing van een belastingverdrag op scheepvaartwinst uit verschillende ondernemingen (onderdeel 2.8.2.);
Kwalificatie Zwitserse Anlagestiftung onder het verdrag met Zwitserland (onderdeel 2.10.7.);
Geen vermindering van dividendbelasting bij inkoop van aandelen onder de verdragen met Duitsland en Zwitserland (2.10.8.);
Verbod extraterritoriale belastingheffing onder het verdrag met Frankrijk in relatie tot de Wet BB 2021 (onderdeel 2.10.9.);
Verrekening van bronbelasting op interest over een mezzaninelening onder het verdrag met Duitsland (onderdeel 2.11.4.);
Door bank ontvangen vergoedingen, het begrip interest en tweede limiet (onderdeel 2.11.5.);
Kwalificatie van huurbetalingen inzake vorkheftrucks, vrachtwagens, containers en pallets als royaltyvergoeding onder de verdragen met Polen, Tsjechië, Italië en Portugal (onderdeel 2.12.3.);
Kwalificatie van vergoedingen voor softwarelicentie onder het verdrag met China (2013) en het verdrag met Zuid-Korea (1978) (onderdeel 2.12.4.);
Buitengaatsbepaling onder het verdrag met Denemarken (onderdeel 2.24.1.);
Overgangsregeling oude inhaalverliezen, reikwijdte artikel 33b, derde lid, Wet Vpb 1969 (onderdeel 4.4.5.);
Kwalificatie locatie voor verhuur vervoermiddelen als vaste inrichting onder een belastingverdrag (onderdeel 4.5.2.).
Daarnaast bevat dit besluit een nadere verduidelijking over de afgifte van woonplaatsverklaringen aan in Nederland gevestigde maar van winstbelasting vrijgestelde lichamen (onderdeel 2.4.2). Tevens is in dit besluit een nieuw onderdeel opgenomen over de zogeheten thuiswerk-vaste inrichting (onderdeel 2.5.3.). De overige aanpassingen in het besluit zijn redactioneel van aard. Hiermee zijn geen inhoudelijke wijziging beoogd.
AWR
Algemene wet inzake rijksbelastingen
BRK
Belastingregeling voor het Koninkrijk
BRNC
Belastingregeling Nederland Curaçao
Bvdb 2001
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
Commentaar
OESO-commentaar bij het OMV
MAP
Mutual Agreement Procedure
MLI
Het Multilaterale Instrument1
OMV
OESO-modelbelastingverdrag 2017
Wet BB 2021
Wet bronbelasting 2021
Wet DB 1965
Wet op de dividendbelasting 1965
Wet IB 2001
Wet inkomstenbelasting 2001
Wet Vpb 1969
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
1 Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving; Parijs, 24 november 2016 (Trb. 2017, 194).
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 20 augustus 2026