Een inhoudingsplichtige kan om een beschikking verzoeken waarmee zij wordt ontslagen van de verplichting om de dividendbelasting in te houden als die op grond van een belastingverdrag niet verschuldigd is (hierna: de vergunning). Een vergunning wordt in principe alleen verleend als een inhoudingsplichtige geen beroep kan doen op de nationale inhoudingsvrijstelling uit de Wet DB 1965.
De inhoudingsvrijstelling vindt onder meer geen toepassing als sprake is van misbruik in de zin van de Wet DB 1965 (artikel 4, derde lid, onderdeel c, Wet DB 1965). Dit betekent dat een vergunning kan worden afgegeven in de situatie waarin wel sprake is van misbruik in de zin van de Wet DB 1965, maar geen sprake is van misbruik als bedoeld in het betreffende belastingverdrag op grond waarvan verdragsvoordelen zouden kunnen worden geweigerd.
In dit kader is de vraag opgekomen hoe de antimisbruikbepaling van artikel 4, derde lid, onderdeel c Wet DB 1965 zich verhoudt tot de principal purpose test (hierna: PPT) uit het MLI en vergelijkbare in belastingverdragen opgenomen PPT’s.
Over de verhouding tussen de Nederlandse invulling van de PPT en nationale antimisbruikbepalingen heeft de wetgever het volgende opgemerkt:
Met de implementatie van een afzonderlijke antimisbruikbepaling in de Wet DB 1965 (per 1 januari 2018) is tevens beoogd de nationale antimisbruikbepaling in lijn te brengen met de Nederlandse invulling van de PPT;61Kamerstukken II, 2017/18, 34 788, nr. 3, p. 16, en Kamerstukken II, 2018/19, Aanhangsel, nr. 3070 (laatstgenoemde is ook te raadplegen via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-3070.pdf).
De nationale antimisbruikbepaling is niet strenger dan de PPT en zal dus niet worden beperkt door de toepassing van een belastingverdrag;62Kamerstukken II, 2017/18, 34 853, nr. 6, p. 28–29 en Kamerstukken II, 2017/18, 34 788, nr. 6, p. 7.
In de gevallen waarin Nederland als bronland fungeert zal Nederland bij het toepassen van de PPT niet verder gaan dan de reikwijdte van zijn nationale antimisbruikbepaling(en).63Kamerstukken II, 2017/18, 34 853, nr. 6, p. 28–29.
Artikel 5
Dividendbelasting
Onderdeel van Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 20 augustus 2026