Vanwege extreme weersomstandigheden in combinatie met een landbouwkundige noodzaak en het zich daarom voordoen van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 4.1188, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 19.0 van de Omgevingswet, wordt in afwijking van genoemd artikel 4.1188, eerste en tweede lid, drijfmest op grasland in 2026 niet na 15 september op of in de bodem gebracht.
Artikel II
Verlenging uitrijdperiode drijfmest op grasland
Onderdeel van Besluit bijzondere omstandigheid in verband met extreme weersomstandigheden in combinatie met landbouwkundige noodzaak (ex artt. 4.1187, derde lid, en 4.1188, derde lid, Besluit activiteiten leefomgeving en art. 19.0 Omgevingswet)· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 2026