Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 16

Rechtsingang

Onderdeel van Verdrag betreffende de status van staatlozen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 1962

1. Een staatloze heeft het genot van rechtsingang op het grondgebied van alle Verdragsluitende Staten. 2. Een staatloze geniet in de Verdragsluitende Staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, dezelfde behandeling als een onderdaan, wat betreft rechtsingang, waaronder begrepen rechtsbijstand en vrijstelling van de cautio judicatum solvi. 3. In andere Verdragsluitende Staten dan die waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, geniet een staatloze, wat betreft de in lid 2 bedoelde aangelegenheden, dezelfde behandeling als een onderdaan van het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.

Rechtspraak bij dit artikel