Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 31

Uitzetting

Onderdeel van Verdrag betreffende de status van staatlozen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 1962

1. De Verdragsluitende Staten zullen een rechtmatig op hun grondgebied vertoevende staatloze niet uitzetten behoudens om redenen van nationale veiligheid of openbare orde. 2. De uitzetting van een zodanige staatloze zal alleen mogen plaatsvinden ter uitvoering van een besluit dat is genomen in overeenstemming met de wettelijk voorziene procedure. Behoudens indien dwingende redenen van nationale veiligheid zich daartegen verzetten, is het de staatloze toegestaan bewijs over te leggen om zich vrij te pleiten, alsmede zich te wenden tot een bevoegde autoriteit en zich te dien einde te doen vertegenwoordigen bij die autoriteit of bij een of meer speciaal door die bevoegde autoriteit aangewezen personen. 3. De Verdragsluitende Staten zullen een zodanige staatloze een redelijk uitstel gunnen teneinde hem in staat te stellen te pogen in een ander land rechtmatig toegelaten te worden. De Verdragsluitende Staten behouden het recht, gedurende dat uitstel, zodanige interne maatregelen toe te passen als zij noodzakelijk achten.

Rechtspraak bij dit artikel