Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Samenstelling en werkzaamheden van het Comité

Onderdeel van Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 1987

1. Het Comité bestaat uit dertien leden, die door de Raad als volgt worden gekozen: drie leden met geneeskundige, farmacologische of farmaceutische ervaring uiteen door de Wereldgezondheidsorganisatie opgestelde voordracht van ten minste vijf personen; tien leden uit een door de Leden van de Verenigde Naties en door Partijen die geen Lid zijn van de Verenigde Naties opgestelde voordracht. 2. De Leden van de Raad dienen personen te zijn die door hun kundigheid, onpartijdigheid en onbaatzuchtigheid algemeen vertrouwen genieten. Gedurende hun ambtstermijn mogen zij geen positie bekleden of werkzaamheden uitoefenen die bij de uitoefening van hun werkzaamheden afbreuk zouden kunnen doen aan hun onpartijdigheid. In overleg met het Comité treft de Raad alle maatregelen die nodig zijn om te verzekeren, dat het Comité in technisch opzicht volledig onafhankelijk zal zijn bij het verrichten van zijn werkzaamheden. 3. Zich baserend op het beginsel van billijke aardrijkskundige vertegenwoordiging, houdt de Raad rekening met het belang om in het Comité, in billijke verhouding, personen op te nemen die bekend zijn met de situatie op het gebied van verdovende middelen in de producerende landen, de fabrieks- en verbruikslanden, en die met deze landen een binding hebben. 4. In samenwerking met de Regeringen en onder voorbehoud van de voorwaarden van dit Verdrag, streeft het Comité naar beperking van de verbouw, de produktie, de vervaardiging en het gebruik van verdovende middelen tot een hoeveelheid die voldoende is voor geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden, naar verzekering van de beschikbaarheid van verdovende middelen voor zodanige doeleinden en naar voorkoming van clandestiene verbouw, produktie en vervaardiging van, sluikhandel in en clandestien gebruik van verdovende middelen. 5. De uit hoofde van dit Verdrag door het Comité genomen maatregelen dienen volldig in overeenstemming te zijn met het doel, de samenwerking van Regeringen met het Comité te bevorderen en een instrument te bieden voor een voortdurende dialoog tussen de Regeringen en het Comité, dat aan doeltreffend nationaal optreden hulp zal bieden en dit zal vergemakkelijken ten einde de doelstellingen van dit Verdrag te bereiken.

Rechtspraak bij dit artikel