Indien op het feit, terzake waarvan de uitlevering wordt verzocht, door de wet van de verzoekende Partij de doodstraf is gesteld en deze straf volgens de wet van de aangezochte Partij tegen dat feit niet wordt bedreigd of met betrekking tot dat feit door die Partij algemeen niet wordt toegepast, kan de aangezochte Partij de uitlevering toestaan op voorwaarde dat de verzoekende Partij zich verbindt het Staatshoofd aan te bevelen, de doodstraf in een andere straf om te zetten.
HOOFDSTUK I
Artikel 10
Doodstraf
Onderdeel van Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 11 december 1967