Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 19

Verkorte procedure

Onderdeel van Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 11 december 1967

1. In het geval bedoeld in artikel 15 kunnen de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij de onmiddellijke overlevering van de uit te leveren persoon verzoeken. 2. Deze overlevering kan slechts plaats vinden indien de aangehouden persoon daarmede uitdrukkelijk instemt ten overstaan van een ambtenaar van het openbaar ministerie van de aangezochte Partij en indien ook deze ambtenaar daartoe zijn toestemming geeft. De aangehoudene heeft het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. Deze overlevering geschiedt zonder andere formaliteiten en zal moeten hebben plaatsgevonden binnen achttien dagen na de voorlopige aanhouding. 3. In geval de overlevering niet binnen vijf dagen na deze aanhouding heeft plaatsgevonden zullen de rechterlijke autoriteiten van de aangezochte Partij de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan in kennis stellen en hen, indien daartoe aanleiding bestaat, uitnodigen verder te handelen overeenkomstig de bepalingen van artikel 11. 4. De overlevering brengt voor de betrokkene de gevolgen mede welke zijn verbonden aan de verklaring bedoeld in artikel 13, lid 1, onder c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel