De uitlevering zal niet worden toegestaan wanneer de persoon, wiens uitlevering is verzocht, terzake van de feiten, waarop dit verzoek was gegrond, door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij onherroepelijk is berecht. De uitlevering zal kunnen worden geweigerd, indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij heeft besloten terzake van dezelfde feiten geen vervolging in te stellen danwel een ingestelde vervolging te staken.
HOOFDSTUK I
Artikel 8
Non bis in idem
Onderdeel van Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 11 december 1967