**1.** Iedere Verdragsluitende Partij kan zich bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa het recht voorbehouden de uitvoering van rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking of inbeslagneming afhankelijk te stellen van een of meer van de volgende voorwaarden:
het strafbare feit dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, moet zowel volgens de wetgeving van de verzoekende als volgens die van de aangezochte Partij strafbaar zijn;
het strafbare feit dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, moet in het aangezochte land grond kunnen opleveren tot uitlevering;
de uitvoering van de rogatoire commissie moet verenigbaar zijn met de wet van de aangezochte Partij.
**2.** Wanneer een Verdragsluitende Partij een verklaring overeenkomstig het eerste lid van dit artikel heeft afgelegd, kan elke andere Partij het beginsel van wederkerigheid toepassen.
TITEL II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 15 mei 1969