Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I › Afdeling

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1981

1. Het verzoek tot uitlevering zal door de Minister van Justitie van de verzoekende Partij schriftelijk worden gericht tot de Minister van Justitie van de aangezochte Partij. 2. Bij het verzoek zullen worden overgelegd: het origineel of een authentiek afschrift, hetzij van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling, hetzij van een bevel tot aanhouding of van iedere akte, die dezelfde kracht heeft, een en ander opgemaakt in de vorm voorgeschreven door de wet van de verzoekende Partij; een overzicht van de feiten, waarvoor de uitlevering wordt verzocht. De tijd en plaats, waarop de feiten zijn begaan, hun wettelijke omschrijving en de verwijzing naar de toepasselijke wetsbepalingen, welke zo nauwkeurig mogelijk worden vermeld; een afschrift van de toepasselijke wetsbepalingen, alsmede een zo nauwkeurig mogelijk signalement van de opgeëiste persoon en alle andere inlichtingen, welke van belang zijn om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen. Opschorting van de uitvoering van de overeenkomst door Nederland per 16-12-1982. De tekst is te vinden in Trb. 1983, 8. Opheffing van de opschorting door Nederland per 01-10-1995. De tekst is te vinden in Trb. 1995, 259

Rechtspraak bij dit artikel