**1.** De aangezochte Partij kan, nadat zij een beslissing over het verzoek tot uitlevering genomen heeft, de overlevering van de opgeëiste persoon uitstellen opdat hij door haar vervolgd kan worden of, indien hij bereids veroordeeld is op haar grondgebied een straf kan ondergaan wegens een ander feit dan dat waarvoor de uitlevering is verzocht.
**2.** Indien het verzoek tot uitlevering betrekking heeft op een persoon die op het grondgebied van de aangezochte Partij een straf ondergaat, kan die Partij, indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, die persoon tijdelijk aan de verzoekende Partij overleveren op in onderling overleg vast te stellen voorwaarden.
**3.** De vrijheidsbeneming die de betrokkene na deze overlevering op het grondgebied van de verzoekende Partij ondergaat, zal worden afgetrokken van de duur van de straf die hij moet ondergaan op het grondgebied van de aangezochte Partij.
Opschorting van de uitvoering van de overeenkomst door Nederland per 16-12-1982. De tekst is te vinden in Trb. 1983, 8. Opheffing van de opschorting door Nederland per 01-10-1995. De tekst is te vinden in Trb. 1995, 259
HOOFDSTUK I › Afdeling
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1981