Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I › Afdeling

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1981

1. Op verzoek van de verzoekende Partij zal de aangezochte Partij, voor zover zulks krachtens haar wetgeving is toegestaan, de voorwerpen in beslag nemen: die kunnen dienen als stukken van overtuiging; die afkomstig zijn van het strafbare feit en hetzij vóór, hetzij na de overlevering van de aangehouden persoon worden gevonden; en deze overdragen. 2. De overdracht is onderworpen aan de goedkeuring van het gerecht van de plaats waar de huiszoeking en inbeslagneming hebben plaatsgevonden. Het gerecht beslist of de inbeslaggenomen voorwerpen geheel of gedeeltelijk aan de verzoekende Partij worden overgedragen. Zij kan de teruggave bevelen van voorwerpen die niet rechtstreeks betrekking hebben op het feit dat de opgeëiste persoon wordt ten laste gelegd, en beslist in voorkomend geval op bezwaren van derden, die houder waren van het voorwerp of van andere rechthebbenden. 3. De overdracht van de voorwerpen bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan zelfs plaatsvinden, wanneer niet tot een reeds toegestane uitlevering wordt overgegaan in verband met het overlijden of de ontvluchting van de opgeëiste persoon. Opschorting van de uitvoering van de overeenkomst door Nederland per 16-12-1982. De tekst is te vinden in Trb. 1983, 8. Opheffing van de opschorting door Nederland per 01-10-1995. De tekst is te vinden in Trb. 1995, 259

Rechtspraak bij dit artikel