Indien een van beide Partijen bij deze Overeenkomst en een derde Staat de andere Partij om uitlevering verzoeken en aan de inwilliging van een van deze verzoeken de voorkeur wordt gegeven, deelt de aangezochte Partij de verzoekende Staten tegelijk met de beslissing op het verzoek mede in hoeverre zij ermede instemt dat de Staat aan wie de opgeëiste persoon wordt uitgeleverd deze aan de andere verzoekende Staat verderlevert.
Artikel VIII
Artikel VIII
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 30 januari 1983