Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Procedure met betrekking tot uitlevering en vereiste stukken

Onderdeel van Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 15 september 1983

1. Het verzoek tot uitlevering wordt langs diplomatieke weg gedaan. 2. Bij het verzoek tot uitlevering dienen te worden gevoegd: alle beschikbare gegevens betreffende de identiteit, de nationaliteit, en de vermoedelijke verblijfplaats van de opgeëiste persoon; een uiteenzetting van de desbetreffende feiten, met inbegrip, indien mogelijk, van het tijdstip waarop en de plaats waar het misdrijf werd gepleegd; de wetsbepalingen houdende de wezenlijke elementen en de benaming van het strafbare feit waarvoor uitlevering wordt verzocht; de wetsbepalingen houdende de straf die op het delict is gesteld; de wetsbepalingen houdende toekenning van rechtsmacht ingeval het strafbare feit buiten het grondgebied van de verzoekende Staat werd gepleegd. 3. Bij een verzoek tot uitlevering met betrekking tot een persoon die wordt gezocht met het oog op vervolging dienen te worden gevoegd: het origineel of een gewaarmerkt afschrift van het bevel tot aanhouding, opgemaakt door een rechter of andere bevoegde rechterlijke autoriteit van de verzoekende Staat; en het bewijsmateriaal dat, volgens het recht van de aangezochte Staat, de aanhouding en dagvaarding van die persoon zou rechtvaardigen indien het feit in die Staat zou zijn gepleegd, met inbegrip van bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de persoon wiens uitlevering wordt verzocht degene is op wie het bevel tot aanhouding betrekking heeft. 4. Bij een verzoek tot uitlevering met betrekking tot een veroordeelde persoon dienen te worden gevoegd: het origineel of een gewaarmerkt afschrift van het veroordelend vonnis, uitgesproken door een rechter van de verzoekende Staat; bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de opgeëiste persoon degene is op wie de veroordeling betrekking heeft. Indien de desbetreffende persoon schuldig werd verklaard maar hem geen straf werd opgelegd, dienen bij het verzoek tot uitlevering te worden gevoegd een verklaring dienaangaande van de desbevoegde rechter en het origineel of een gewaarmerkt afschrift van het bevel tot aanhouding. Indien de desbetreffende persoon werd veroordeeld, dienen bij het verzoek tot uitlevering te worden gevoegd het origineel of een gewaarmerkt afschrift van het uitgesproken vonnis, een verklaring dat het vonnis kracht van gewijsde heeft en vatbaar voor tenuitvoerlegging is, en een verklaring waaruit blijkt in hoeverre het vonnis niet ten uitvoer is gelegd. 5. De stukken die overeenkomstig dit artikel en artikel 10 ter ondersteuning van het verzoek tot uitlevering moeten worden overgelegd, dienen in de taal van de aangezochte Staat te worden vertaald. 6. De stukken die overeenkomstig dit artikel bij het verzoek tot uitlevering dienen te worden gevoegd, worden als bewijs toegelaten wanneer zij: in het geval van een verzoek dat van de Verenigde Staten uitgaat, zijn ondertekend door een rechter of andere bevoegde functionaris; in het geval van een verzoek dat van het Koninkrijk der Nederlanden uitgaat, zijn ondertekend door een rechter of andere rechterlijke autoriteit, en zijn gewaarmerkt door het hoofd van de diplomatieke zending of van een consulaire post van de Verenigde Staten in het Koninkrijk der Nederlanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel