Zodra de aangezochte Staat een verzoek tot strafvervolging heeft ontvangen, vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, bedoelde documenten, is hij bevoegd alle voorlopige maatregelen te treffen, met inbegrip van het in voorlopige hechtenis stellen van de verdachte en de inbeslagneming, die krachtens zijn wet zouden mogen worden toegepast, indien het strafbare feit waarvoor strafvervolging is verzocht, op zijn grondgebied zou zijn gepleegd.
TITEL III › AFDELING 5
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juli 1985