De tenuitvoerlegging, verzocht onder de in de voorafgaande bepalingen gestelde voorwaarden, kan alleen, hetzij geheel hetzij gedeeltelijk, in één van de volgende gevallen worden geweigerd:
de tenuitvoerlegging zou in strijd zijn met de grondbeginselen van de rechtsorde van de aangezochte Staat;
de aangezochte Staat is van oordeel dat het strafbare feit waarvoor de veroordeling is uitgesproken van politieke aard is of als een zuiver militair delict moet worden beschouwd;
de aangezochte Staat meent ernstige redenen te hebben om aan te nemen dat de veroordeling is uitgelokt of ongunstig beïnvloed door overwegingen van ras, godsdienst, nationaliteit of politieke overtuiging;
de tenuitvoerlegging is in strijd met de internationale verplichtingen van de aangezochte Staat;
het feit wordt in de aangezochte Staat reeds vervolgd of die Staat besluit tot vervolging over te gaan;
de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat hebben besloten geen vervolging in te stellen of van verdere vervolging wegens hetzelfde feit af te zien;
het feit is begaan buiten het grondgebied van de verzoekende Staat;
de aangezochte Staat kan de sanctie niet ten uitvoer leggen;
het verzoek berust op artikel 5, letter (e) en aan geen van de andere in dat artikel genoemde voorwaarden is voldaan;
de aangezochte Staat is van mening dat de verzoekende Staat zelf de sanctie ten uitvoer kan leggen;
de veroordeelde had wegens zijn leeftijd op het tijdstip waarop hij het feit beging in de aangezochte Staat niet kunnen worden vervolgd;
de sanctie is verjaard volgens de wet van de aangezochte Staat;
voor zover bij het vonnis een ontzetting is uitgesproken.
HOOFDSTUK II › AFDELING 1 › Paragraaf (a)
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1988