Behoudens enig nader tussen hen te sluiten verdrag, komen de Verdragsluitende Partijen overeen, elkander overeenkomstig hun nationale wetgeving de ruimste mate van wederzijdse rechtshulp in strafzaken te verlenen, wanneer zulke hulp wordt verzocht door hun bevoegde rechterlijke autoriteiten ten behoeve van het onderzoek of de vervolging wegens onder hun rechtsmacht vallende strafbare feiten.
Artikel 16
Wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Onderdeel van Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1988