De aangezochte Staat kan de behandeling van een verzoek tot uitlevering van een persoon of diens feitelijke overlevering uitstellen ten einde een vervolging tegen hem aan te spannen of opdat deze een straf kan ondergaan, voor een ander strafbaar feit dan een feit bestaande uit een handelen of nalaten waarvoor zijn uitlevering wordt verzocht. De aangezochte Staat stelt de verzoekende Staat hiervan in kennis.
Artikel 4
Uitstel van uitlevering
Onderdeel van Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1988