Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Intrekking of opschorting van vergunningen

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 januari 1996

1. De luchtvaartautoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht ten aanzien van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij de in artikel 4 bedoelde vergunningen niet te verlenen, deze vergunningen in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden: ingeval die luchtvaartmaatschappij niet voldoet ten overstaan van de luchtvaartautoriteit van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aan de wetten en voorschriften welke gewoonlijk en redelijkerwijs door die luchtvaartautoriteiten worden toegepast in overeenstemming met het Verdrag; ingeval die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij na te leven; ingeval niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerken lijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen; en indien die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de overeengekomen diensten uit te voeren in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden. 2. Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de hierboven bedoelde wetten en voorschriften, worden de in het eerste lid van dit artikel opgesomde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij anders door de Overeenkomstsluitende Partij is overeengekomen, vangt zulk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na datum van ontvangst van het verzoek ter zake.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel