**1.** De Verdragsluitende Partijen verlenen elkander in overeenstemming met dit Verdrag rechtshulp ten behoeve van de opsporing en vervolging in strafzaken.
**2.** Deze rechtshulp bestaat uit:
het afnemen van getuigenverklaringen onder ede of belofte;
het verstrekken van processtukken en andere bescheiden;
het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen;
het ten uitvoer leggen van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming;
het verkrijgen van de beschikking over gedetineerden om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan het onderzoek;
het verkrijgen van de beschikking over andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan een onderzoek;
het betekenen van stukken;
maatregelen om de baten van strafbare feiten op te sporen, daarop beslag te leggen en deze verbeurd te verklaren; en
andere rechtshulp die strookt met de doelstellingen van dit Verdrag en welke niet in strijd is met het recht van de aangezochte Staat.
**3.** Deze rechtshulp omvat niet:
de inverzekeringstelling of bewaring van personen met het oog op uitlevering;
de tenuitvoerlegging in de aangezochte Staat van in de verzoekende Staat uitgesproken strafvonnissen, behalve voor zover zulks is toegestaan krachtens de wet van de aangezochte Staat en dit Verdrag; en
de overbrenging van gedetineerden voor de tenuitvoerlegging van vonnissen.
Artikel 1
Werkingssfeer
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1991