Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Beschikbaarheid van gedetineerden om getuigenverklaringen af te leggen of medewerking te verlenen aan onderzoeken

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 1991

1. Een gedetineerde in de aangezochte Staat kan op verzoek van de verzoekende Staat tijdelijk worden overgebracht naar de verzoekende Staat om getuigenverklaringen af te leggen of om medewerking te verlenen aan onderzoeken. 2. De aangezochte Staat brengt een gedetineerde niet over naar de verzoekende Staat zonder de instemming van de gedetineerde. 3. Zolang de oorspronkelijke straftijd van een gedetineerde in de aangezochte Staat niet is verstreken, houdt de verzoekende Staat de gedetineerde in bewaring en doet hij de betrokken gedetineerde zo spoedig mogelijk in detentie terugkeren naar de aangezochte Staat. 4. Wanneer de opgelegde straftijd van een uit hoofde van dit artikel overgebrachte persoon verstrijkt terwijl deze persoon zich in de verzoekende Staat bevindt, wordt deze persoon daarna in vrijheid gesteld en behandeld als een persoon zoals bedoeld in artikel 13.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel