**1.** De aangezochte Staat stelt op verzoek alles in het werk om na te gaan of zich binnen het rechtsgebied enige baten van het beweerde strafbare feit bevinden en licht de verzoekende Staat in over de resultaten van het onderzoek. Bij het doen van het verzoek stelt de verzoekende Staat de aangezochte Staat in kennis van de gronden waarop hij meent dat bedoelde baten zich bevinden binnen het rechtsgebied van laatstgenoemde Staat.
**2.** De aangezochte Staat geeft gevolg aan een bevel tot verbeurdverklaring met betrekking tot de baten van een strafbaar feit of een andere maatregel met soortgelijke strekking, uitgaande van of gegeven door een rechter in de verzoekende Staat.
**3.** Wanneer de verzoekende Staat zijn voornemen te kennen geeft te verzoeken om tenuitvoerlegging van een bevel tot verbeurdverklaring of een soortgelijke maatregel, neemt de aangezochte Staat de met zijn wet overeenkomende maatregelen ter voorkoming van transacties met, of onttrekking dan wel vervreemding van de voorwerpen waarop deze bevelen betrekking hebben of kunnen hebben.
**4.** Uit hoofde van dit Verdrag verbeurd verklaarde voorwerpen blijven achter in de aangezochte Staat, tenzij in een bepaald geval onderling anderszins is besloten.
**5.** Bij de toepassing van dit artikel worden de rechten van derden te goeder trouw geëerbiedigd.
Artikel 18
Baten van een strafbaar feit
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1991