Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Aanvullende inlichtingen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake uitlevering· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1991

1. Indien de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat in enig stadium van de uitleveringsprocedure van oordeel zijn dat de door de verzoekende Staat verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn om een beslissing te nemen uit hoofde van dit Verdrag, kan de aangezochte Staat om aanvullende inlichtingen verzoeken. De aangezochte Staat kan een termijn stellen voor de overlegging van bedoelde inlichtingen en kan op verzoek van de verzoekende Staat een redelijke verlenging van de termijn verlenen. 2. Indien de aanvullende inlichtingen onvoldoende worden geacht of niet binnen de door de aangezochte Staat aangegeven termijn zijn ontvangen, kan de opgeëiste persoon, indien in detentie, in vrijheid worden gesteld en kan de zaak tegen een zodanige persoon worden beëindigd. Invrijheidstelling van de opgeëiste persoon sluit niet uit dat de behandeling van het verzoek wordt voortgezet en beëindiging van de zaak sluit niet uit dat op een later tijdstip een nieuw verzoek ter zake van hetzelfde strafbare feit wordt ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel