**1.** Op verzoek tracht de aangezochte Staat voorwerpen op te sporen van een persoon tegen wie een bevel tot verbeurdverklaring, een geldstraf of een ander bevel van soortgelijke strekking is of kan worden uitgevaardigd door een strafrechter in de verzoekende Staat.
**2.** Wanneer de verzoekende Staat zijn voornemen te kennen geeft te verzoeken om tenuitvoerlegging van een bevel zoals bedoeld in het eerste lid met betrekking tot voorwerpen die zich bevinden in de aangezochte Staat, kan de verzoekende Staat de aangezochte Staat verzoeken de door zijn wetgeving toegestane maatregelen te treffen of procedures in te leiden ter voorkoming van transacties met, overdracht dan wel vervreemding van zulke voorwerpen.
**3.** Een verzoek op grond van het tweede lid dient, naast de gegevens bedoeld in artikel 5, te omvatten:
een verklaring waaruit het bestaan en de inhoud van het bevel blijken; en
gegevens betreffende de identiteit en de nationaliteit van degene op wie het bevel betrekking heeft.
De aangezochte Staat stelt de verzoekende Staat onverwijld in kennis van de naar aanleiding van het verzoek genomen maatregelen.
**4.** Op verzoek draagt de aangezochte Staat, voor zover mogelijk op grond van zijn nationale recht, zorg voor uitvoering van een bevel zoals bedoeld in het eerste lid, uitgevaardigd door een rechter van de verzoekende Staat, dan wel voor inning van een door zulk een rechter opgelegde boete of stelt hij passende procedures in met betrekking tot de in de aangezochte Staat aangetroffen voorwerpen.
**5.** Een verzoek ingevolge het vierde lid dient, naast de gegevens bedoeld in artikel 5, te bevatten:
een gewaarmerkt afschrift van het in de verzoekende Staat uitgevaardigde bevel of gewezen vonnis; en
een verklaring omtrent de mate waarin de tenuitvoerlegging van het bevel of de inning van de boete wordt verlangd.
**6.** Voorwerpen verbeurd verklaard of ontnomen of boetes geïnd ingevolge dit artikel worden door de aangezochte Staat behouden, tenzij in een bepaald geval onderling anderszins wordt overeengekomen.
**7.** Bij de toepassing van dit artikel worden de rechten van derden te goeder trouw geëerbiedigd.
Artikel 16
Verbeurdverklaring en boetes
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1992