**1.** De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, wederzijdse rechtshulp in alle aangelegenheden verband houdend met de opsporing, vervolging en bestrijding van strafbare feiten.
**2.** De rechtshulp omvat, onder meer:
het verstrekken van gegevens en voorwerpen;
het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen en voorwerpen;
het onderzoeken van plaatsen;
het betekenen van stukken;
het horen van getuigen onder ede of belofte en het verkrijgen van ander bewijs;
het uitvoeren van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming ter verkrijging van bewijs;
het verstrekken van processtukken en andere bescheiden;
het ter beschikking stellen van gedetineerden en andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan onderzoeken; en
het opsporen van, beslag leggen op en verbeurd verklaren van de baten van strafbare feiten en andere voorwerpen en de inning van boetes.
Artikel 2
Werkingssfeer
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1992