**1.** Elke Staat-Partij verstrekt op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging bij één van beide Depositarissen aan alle andere Staten-Partijen, ter beoordeling, een lijst van het aangewezen personeel dat alle met het uitvoeren van observatievluchten verband houdende taken zal verrichten voor die Staat-Partij, met inbegrip van de controle op de verwerking van de door sensoren verzamelde gegevens. Bedoelde lijst van aangewezen personeel mag nimmer meer dan 400 personen omvatten. In de lijst dient voor iedere daarin opgenomen persoon te zijn vermeld de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats, het paspoortnummer en de functie. Elke Staat-Partij heeft het recht zijn lijst van aangewezen personeel te wijzigen tot 30 dagen na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna eenmaal per zes maanden.
**2.** Ingeval een in de oorspronkelijke of gewijzigde lijst opgenomen persoon onaanvaardbaar is voor een Staat-Partij die de lijst beoordeelt, stelt die Staat-Partij uiterlijk 30 dagen na de ontvangst van elke lijst de Staat-Partij die de lijst heeft verstrekt ervan in kennis dat de betrokken persoon niet wordt aanvaard wat de bezwaar makende Staat-Partij betreft. Personen die niet binnen die termijn van 30 dagen onaanvaardbaar zijn verklaard, worden geacht te zijn aanvaard. Ingeval een Staat-Partij later bepaalt dat een persoon onaanvaardbaar is, stelt hij de Staat-Partij die de betrokken persoon heeft aangewezen daarvan in kennis. Personen die onaanvaardbaar zijn verklaard, worden verwijderd van de lijst die eerder was voorgelegd aan de bezwaar makende Staat-Partij.
**3.** De geobserveerde Partij verstrekt de visa en andere documenten die vereist zijn om te verzekeren dat elke aanvaarde persoon kan worden toegelaten tot het grondgebied van die Staat-Partij en aldaar kan verblijven met het oog op de verrichting van taken verband houdende met het uitvoeren van observatievluchten, met inbegrip van het controleren van het verwerken van de door sensoren verzamelde gegevens. Deze visa en andere documenten worden verstrekt:
hetzij uiterlijk 30 dagen nadat de persoon wordt geacht te zijn aanvaard, in welk geval het visum geldig is voor een tijdvak van ten minste 24 maanden; of
hetzij uiterlijk één uur na aankomst van de persoon op het punt van binnenkomst, in welk geval het visum geldig is voor de duur van de taken van die persoon; of
hetzij op enig ander tijdstip, met wederzijdse instemming van de betrokken Staten-Partijen.
**1.** Teneinde hun functies doeltreffend te kunnen uitoefenen, worden aan de leden van het in overeenstemming met de bepalingen van Afdeling I, eerste lid, van dit artikel aangewezen personeel, ten behoeve van de toepassing van dit Verdrag en niet in hun persoonlijk voordeel, de voorrechten en immuniteiten verleend die diplomatieke ambtenaren genieten op grond van artikel 29, artikel 30, tweede lid, artikel 31, eerste, tweede en derde lid, en de artikelen 34 en 35 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, hierna te noemen het Verdrag van Wenen. Bovendien worden aan het aangewezen personeel de voorrechten verleend die diplomatieke ambtenaren genieten op grond van artikel 36, eerste lid, letter b, van het Verdrag van Wenen, behalve met betrekking tot goederen waarvan de invoer of uitvoer is verboden door de wet of is onderworpen aan quarantainebepalingen.
**2.** Bedoelde voorrechten en immuniteiten worden aan de leden van het aangewezen personeel verleend voor het gehele tijdvak vanaf de binnenkomst op tot het vertrek van het grondgebied van de geobserveerde Partij, en daarna ten aanzien van handelingen die eerder zijn verricht in de uitoefening van hun officiële functies. Bedoeld personeel geniet ook tijdens de doorreis over het grondgebied van andere Staten-Partijen de voorrechten en immuniteiten die aan diplomatieke ambtenaren worden verleend op grond van artikel 40, eerste lid, van het Verdrag van Wenen.
**3.** Van de immuniteit van rechtsmacht kan afstand worden gedaan door de observerende Partij ingeval deze de rechtsgang zou belemmeren en daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van dit Verdrag. Van de immuniteit van leden van het personeel die geen onderdaan zijn van de observerende Partij kan slechts afstand worden gedaan door Staten-Partijen waarvan zij onderdaan zijn. Het doen van afstand van immuniteit dient uitdrukkelijk te geschieden.
**4.** Onverminderd hun voorrechten en immuniteiten of de in dit Verdrag vervatte rechten van de observerende Partij, is het aangewezen personeel verplicht de wetten en voorschriften van de geobserveerde Partij te eerbiedigen.
**5.** De vervoermiddelen van het personeel genieten dezelfde immuniteiten van onderzoek, vordering, beslaglegging of executoriale maatregelen als die van een diplomatieke zending op grond van artikel 22, derde lid, van het Verdrag van Wenen, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald.
Artikel XIII
Aanwijzing van personeel en voorrechten en immuniteiten
Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002