Naar hoofdinhoud

Artikel XVI

Wijzigingen en periodieke toetsing

Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

1. Elke Staat-Partij heeft het recht wijzigingen op dit Verdrag voor te stellen. De tekst van elk wijzigingsvoorstel wordt ingediend bij één van beide Depositarissen, die het ter bestudering toezendt aan alle Staten-Partijen. Indien daarom door ten minste drie Staten-Partijen wordt verzocht binnen een termijn van 90 dagen na de toezending van het wijzigingsvoorstel, beleggen de Depositarissen een conferentie van de Staten-Partijen teneinde het wijzigingsvoorstel te bestuderen. Deze conferentie begint ten vroegste 30 dagen en uiterlijk 60 dagen na de ontvangst van het derde daartoe strekkende verzoek. 2. Een wijziging op dit Verdrag dient te worden goedgekeurd door alle Staten-Partijen, hetzij door middel van een schriftelijke kennisgeving van hun goedkeuring, gericht aan een Depositaris binnen een termijn van 90 dagen na de toezending van het wijzigingsvoorstel, hetzij door middel van de uitdrukking van hun goedkeuring tijdens een in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel belegde conferentie. Een aldus goedgekeurde wijziging dient te worden bekrachtigd in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVII, eerste lid, en wordt van kracht 60 dagen na de nederlegging van de akten van bekrachtiging door de Staten-Partijen. 3. Tenzij ten minste drie Staten-Partijen reeds eerder daarom verzoeken, beleggen de Depositarissen drie jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag, en daarna eens in de vijf jaar, een conferentie van de Staten-Partijen ter toetsing van de toepassing van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel