Naar hoofdinhoud

Artikel XVIII

Voorlopige toepassing en gefaseerde toepassing van het verdrag

Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

Ter vergemakkelijking van de toepassing van dit Verdrag worden enkele bepalingen daarvan voorlopig toegepast en worden andere in fasen toegepast. 1. Onverminderd het in artikel XVII bepaalde, passen de ondertekenende Staten de volgende bepalingen van het Verdrag voorlopig toe: artikel VI, Afdeling I, vierde lid; artikel X, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid; artikel XI; artikel XIII, Afdeling I, eerste en tweede lid; artikel XIV; en Bijlage L, Afdeling I. 1. Na de inwerkingtreding wordt dit Verdrag in fasen toegepast in overeenstemming met de bepalingen van deze Afdeling. De bepalingen van het tweede tot en met het zesde lid van deze Afdeling zijn van toepassing gedurende het tijdvak vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag tot 31 december van het derde jaar volgend op het jaar waarin de inwerkingtreding plaatsvindt. 2. Onverminderd de bepalingen van artikel IV, eerste lid, mag een Staat-Partij gedurende het in het eerste lid hierboven genoemde tijdvak niet een infrarood-lijnaftasttoestel gebruiken, indien er één in het observatievliegtuig is aangebracht, tenzij anders is overeengekomen tussen de observerende en de geobserveerde Partij. Dergelijke sensoren behoeven niet te worden gecertificeerd in overeenstemming met Bijlage D. Indien het moeilijk is bedoelde sensor uit het observatievliegtuig te verwijderen, dient deze tijdens het uitvoeren van de observatievluchten te zijn voorzien van kappen of andere inrichtingen die het gebruik ervan verhinderen, zulks in overeenstemming met de bepalingen van artikel IV, vierde lid. 3. Onverminderd de bepalingen van artikel IV, negende lid, is een Staat-Partij gedurende het in het eerste lid van deze Afdeling genoemde tijdvak niet verplicht een observatievliegtuig ter beschikking te stellen dat is uitgerust met sensoren uit elke categorie sensoren, met het maximumvermogen en in de aantallen als genoemd in artikel IV, tweede lid, mits het observatievliegtuig is uitgerust met: één optische panorama-camera; of ten minste één paar optische fotocamera's. 4. Onverminderd de bepalingen van Afdeling II, paragraaf 2, letter A, van Bijlage B bij dit Verdrag worden de gegevensdragers van verklarende aantekeningen voorzien in overeenstemming met de bestaande gebruiken van de Staten-Partijen gedurende het in het eerste lid van deze Afdeling genoemde tijdvak. 5. Onverminderd de bepalingen van artikel VI, Afdeling I, eerste lid, heeft geen enkele Staat-Partij gedurende het in het eerste lid van deze Afdeling genoemde tijdvak het recht te beschikken over een vliegtuig dat een bepaalde afstand zonder bijtanken kan afleggen. 6. Gedurende het in het eerste lid van deze Afdeling genoemde tijdvak wordt de verdeling van de actieve quotums vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van Afdeling II, paragraaf 2, van Bijlage A bij dit Verdrag. 7. De instelling van volgende fasen met betrekking tot de invoering van extra categorieën sensoren of verbeteringen van het vermogen van bestaande categorieën sensoren wordt besproken door de „Open Luchtruim" Overlegcommissie in overeenstemming met de bepalingen van artikel IV, derde lid, inzake die invoering of verbetering.

Rechtspraak bij dit artikel