Naar hoofdinhoud
Ten aanzien van het niet-Kameroense personeel dat in Kameroen te werk wordt gesteld in het kader van het Tropenbosprogramma, zal de Regering van Kameroen: alle aan dit personeel betaalde lonen vrijstellen van alle belastingen en andere fiscale heffingen; vrijstelling verlenen van invoer- en douanerechten op nieuwe of gebruikte meubelen en persoonlijke bezittingen alsmede op de beroepsuitrusting die in Kameroen worden ingevoerd binnen zes maanden na aankomst van de personeelsleden. Deze voorwerpen kunnen al dan niet tegen betaling worden overgedragen in overeenstemming met de in Kameroen geldende voorschriften; maatregelen nemen om een motorvoertuig dat binnen zes maanden na de eerste aankomst van betrokkene in Kameroen wordt ingevoerd, van invoerrechten vrij te stellen, met dien verstande dat bij verkoop van dat voertuig aan een personeelslid dat niet dezelfde voorrechten geniet, voor dit voertuig invoerrechten dienen te worden betaald die worden berekend aan de hand van de waarde op het moment waarop het voertuig wordt verkocht; elk personeelslid en zijn gezinsleden vrijstellen van de nationale militaire dienstplicht; immuniteit van rechtsvervolging verlenen met betrekking tot ieder gesproken of geschreven woord van en iedere handeling verricht door dat personeel in de uitoefening van zijn functies; maatregelen nemen voor de kosteloze afgifte van verschillende inreis- en uitreisvisa; voor alle door de Stichting Tropenbos te betalen lonen de meest gunstige wisselfaciliteiten verlenen, met name rekeningen voor niet-ingezetenen; de voorwerpen en uitrustingen die uitsluitend zijn bestemd voor officieel gebruik in het kader van het Tropenbosprogramma, vrijstellen van douanerechten, met inachtneming van de Kameroense voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel