Naar hoofdinhoud
1. Elke Regering onderneemt stappen om te waarborgen dat de door de ene Regering benoemde veiligheids- of verontreinigingsinspecteurs: toegang hebben, overeenkomstig de procedure in het tweede lid, tot elk gedeelte van het Markham-stelsel dat valt onder de rechtsmacht van de andere Regering, en het eerste gedeelte van de exportpijpleiding tot en met de eerste onderzeese afsluiter, zowel ten tijde van de bouw, als daarna, en toegang hebben tot alle ter zake dienende informatie, met inbegrip van alle inspectierapporten. 2. Elke Regering bevestigt dat zij als enige verantwoordelijkheid draagt voor alle inspecties van het gedeelte van het Markham-stelsel dat is gelegen op het aan haar toebehorende continentaal plat en van alle werkzaamheden die plaatsvinden met betrekking tot dat gedeelte en zij is verantwoordelijk voor haar eigen inspecteurs. Naar aanleiding van een verzoek van een inspecteur van de ene Regering (de „bezoekende inspecteur") aan de bevoegde autoriteiten van de andere Regering (de „ontvangende Regering") om een bezoek te brengen aan het gedeelte van het Markham-stelsel dat onder de rechtsmacht van de ontvangende Regering valt, en aan het eerste gedeelte van de exportpijpleiding tot en met de eerste onderzeese afsluiter, dienen de groepen Markham-vergunninghouders van de ontvangende Regering de bezoekende inspecteur en zijn uitrusting toe te laten, mits hij wordt vergezeld door een door de ontvangende Regering aangewezen inspecteur. De groepen Markham-vergunninghouders van de ontvangende Regering dienen ook zorg te dragen voor de verstrekking van alle informatie waarom de bezoekende inspecteur verzoekt, opdat de bezoekende inspecteur zich ervan kan vergewissen dat aan de wezenlijke belangen van zijn Regering met betrekking tot de veiligheid of de voorkoming van verontreiniging wordt tegemoetgekomen. De ontvangende Regering bevordert dat de bezoekende inspecteur zijn taak kan uitoefenen, voor zover de wetgeving van het land van de ontvangende Regering zulks toelaat. 3. Indien, terwijl er geen inspecteur van de ene Regering aanwezig is op het deel van het Markham-stelsel waarvoor die Regering verantwoordelijkheid draagt wat de inspectie betreft („Deel A"), de inspecteur van de andere Regering op haar deel van het Markhamstelsel („Deel B") van oordeel is dat met betrekking tot Deel A of Deel B sprake is van een dreigend gevaar voor het leven van een persoon of van een voorval dat een ernstige verontreiniging met zich meebrengt, dient die inspecteur de voor Deel A verantwoordelijke personen en de bevoegde autoriteiten van de verantwoordelijke Regering onmiddellijk in te lichten over het gevaar. Bij afwezigheid van een inspecteur van de Regering die verantwoordelijk is voor Deel A, dienen de Markham-vergunninghouders in dergelijke omstandigheden de bevelen van een inspecteur van de andere Regering op te volgen. 4. De bevoegde autoriteiten van de beide Regeringen plegen met elkaar overleg ten einde de praktische maatregelen overeen te komen voor de uitvoering van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel