Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte Partij toetst of de bij een verzoek om overlevering van een voortvluchtige delinkwent gevoegde bescheiden rechtens genoegzaam zijn alvorens deze voor te leggen aan haar rechterlijke autoriteiten en zij handelt het verzoek van de verzoekende Partij af bij bedoelde autoriteiten. 2. De aangezochte Partij draagt de kosten van de aanhouding van de persoon om wiens overlevering wordt verzocht, de kosten van de detentie van de betrokkene totdat hij wordt overgedragen aan een door de verzoekende Partij daartoe aangewezen persoon en de kosten verband houdende met procedures voor de rechterlijke autoriteiten van de aangezochte Partij, voortvloeiende uit het verzoek om overlevering. 3. De verzoekende Partij draagt de kosten die worden gemaakt bij de overbrenging van de betrokkene vanuit het rechtsgebied van de aangezochte Partij. Opgeschort per 21 oktober 2020 (Trb. 2020/113).

Rechtspraak bij dit artikel