Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte Partij deelt haar besluit naar aanleiding van het verzoek om overlevering onverwijld mede aan de verzoekende Partij. Volledige of gedeeltelijke weigering van het verzoek dient met redenen te worden omkleed. 2. Indien de voortvluchtige delinkwent zal worden overgeleverd, wordt hij door de autoriteiten van de aangezochte Partij op een met de verzoekende Partij overeengekomen datum overgebracht naar een voor beide Partijen geschikte plaats van vertrek binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij stelt de verzoekende Partij in kennis van de duur van de detentie van de voortvluchtige delinkwent in verband met het verzoek om diens overlevering. 3. Indien de voortvluchtige delinkwent binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij wordt vervolgd of een straf ondergaat wegens een ander strafbaar feit, wordt zijn overlevering uitgesteld totdat de vervolging en de tenuitvoerlegging van een tegen hem uitgesproken straf zijn voltooid. 4. Behoudens het in het vijfde lid van dit artikel bepaalde, wordt de betrokkene, indien de verzoekende Partij hem niet overneemt op de door de beide Partijen overeengekomen datum, in vrijheid gesteld na het verstrijken van dertig dagen na die datum, of na een kortere termijn als voorgeschreven door de wetgeving van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij kan nadien weigeren hem voor hetzelfde feit over te leveren. 5. Indien omstandigheden buiten haar macht een Partij beletten een persoon over te leveren of over te nemen als overeengekomen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis. In dat geval komen de twee Partijen een nieuwe datum voor de overlevering overeen en is het in het vierde lid van dit artikel bepaalde van toepassing. Opgeschort per 21 oktober 2020 (Trb. 2020/113).

Rechtspraak bij dit artikel