Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Toegang tot de markt

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 1996

1. Elk der Verdragsluitende Partijen kan een op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten: tussen een plaats op haar grondgebied en een plaats buiten dat grondgebied, en in doorvoer over haar grondgebied, op grond van vergunningen, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen, die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde organisaties van elke Verdragsluitende Partij. 2. In geen geval zijn vergunningen vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer: vervoer voor eigen rekening; vervoer van post als openbare dienst; vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt; vervoer van goederen in motorvoertuigen waarvan het toegestane gewicht in beladen toestand, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 6 ton of waarvan het toegestane laadvermogen, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 3,5 ton; vervoer van medische goederen en uitrusting of andere goederen vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen. 3. Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten of een andere gemachtigde organisatie van de Verdragsluitende Partij waar het vervoer zal worden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel