Beide Partijen zijn het erover eens de door Fachhochschulen en hogescholen gemeenschappelijk in het leven geroepen studierichtingen door onafhankelijke commissies te laten evalueren om een evenredig hoog opleidingsniveau te kunnen waarborgen; de commissies worden ingesteld door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en het „Ministerium für Wissenschaft und Forschung". Elke commissie mag uit niet meer dan vijf leden bestaan, van wie er een respectievelijk twee door elke Partij worden benoemd; beide Partijen benoemen gezamenlijk de voorzitter, die van geen van de desbetreffende hogescholen deel mag uitmaken. De desbetreffende hogescholen dienen erbij te worden betrokken.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Land Noordrijn-Westfalen inzake de samenwerking van de hogescholen van het Koninkrijk der Nederlanden met de Fachhochschulen van het Land Noordrijn-Westfalen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1994