Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende het verdedigen van de oevers langs de Westerschelde tegen inscharing· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2000

1. De hiernagenoemde oevers van de Westerschelde worden verdedigd tegen inscharing: de linkeroever noord-oostelijk van het Land van Saeftinge ter hoogte van de zinkers nabij de Belgische grens, over een lengte van ongeveer 900 meter; de rechteroever van het Nauw van Bath, direct stroomafwaarts van Bath, over een lengte van ongeveer 400 meter; de linkeroever van de Overloop van Valkenisse, ter hoogte van Baalhoek, over een lengte van ongeveer 800 meter; de linkeroever van het Zuidergat, aansluitend aan de bestaande verdediging ter hoogte van de haven van Walsoorden, over een lengte van ongeveer 700 meter; de rechteroever tussen de nieuwe havenmond van Hansweert en de veerhaven van Kruiningen, over een lengte van ongeveer 500 meter; de linkeroever van het Gat van Ossenisse, aansluitend op een dam ongeveer 700 meter ten zuiden van de Nol van Ossenisse, over een lengte van ongeveer 1400 meter. 2. De verdediging van de oevers zal bestaan uit zinkstukken en stortsteen. De breedte van de aan te brengen oeververdediging zal ongeveer 100 meter bedragen. De bovenkant van de oeververdediging zal op de hoogte liggen van het aansluitend voorland. De verdediging zal met een helling van 1:4 worden aangelegd, of zoveel steiler als constructief verantwoord is tot een maximum van 1:3. Bij het werk genoemd in het eerste lid onder c varieert de bezinkingsbreedte van 50 tot 100 meter. 3. Buiten de aan te brengen oeververdediging worden de nodige werken uitgevoerd om aansluiting met de bodem en de aangrenzende verdedigde en onverdedigde oevers te verwezenlijken. 4. Bovendien worden bijkomende werken uitgevoerd en worden voorzieningen van blijvende of tijdelijke aard aangebracht welke noodzakelijk of wenselijk blijken in verband met, of als gevolg van de uitvoering van de bovenbedoelde werken, zulks ter aanpassing van de bestaande toestand aan de nieuwe werken.

Rechtspraak bij dit artikel