De Nederlandse Minister belast een hoofdambtenaar met de leiding van en het toezicht op de voorbereiding en de uitvoering van de werken. Deze hoofdambtenaar pleegt regelmatig overleg met een door de Belgische Minister daartoe aangewezen hoofdambtenaar, over alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang, welke zich bij de voorbereiding en de uitvoering van de werken mochten voordoen. Ter verzekering van een goede voortgang van de werken ontvangen bedoelde hoofdambtenaren de nodige machtigingen.
HOOFDSTUK III
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende het verdedigen van de oevers langs de Westerschelde tegen inscharing· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2000