Naar hoofdinhoud
1. Voor zover toegestaan door hun onderscheiden nationale wetgeving treffen de Partijen op verzoek voorlopige maatregelen, zoals inbeslagneming, ten aanzien van voorwerpen die het onderwerp vormen van een verzoek ingevolge de artikelen 4 en 5. 2. Op verzoek draagt de Partij die een voorlopige maatregel ingevolge het eerste lid heeft getroffen, voor zover toegestaan door haar nationale wetgeving, ervoor zorg dat zij een rechterlijke machtiging verkrijgt tot overdracht van de desbetreffende voorwerpen naar het rechtsgebied van de verzoekende Partij ten behoeve van een confiscatieprocedure. In deze rechterlijke machtiging kan worden bepaald dat de Partijen tot een beslissing dienen te komen over de bestemming van de voorwerpen, voordat deze worden overgedragen.

Rechtspraak bij dit artikel