Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzing en verlening van vergunningen

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake luchtvaartdiensten· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1994

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij. 2. Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent elke Overeenkomstsluitende Partij onverwijld aan de aldus door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, de vereiste exploitatievergunningen. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij te allen tijde een aanvang maken met de gehele of gedeeltelijke exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij aan de bepalingen van deze Overeenkomst voldoet en de tarieven voor deze diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst. 4. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of deze vergunning te verlenen onder noodzakelijk geachte voorwaarden ter zake van de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij, indien niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 1 december 2005 (Pb. EU L 211 van 1 augustus 2006, blz. 24-38) wordt vanaf 13 oktober 2006, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/223). De bepalingen van artikel 2, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 1 december 2005 (Pb. EU L 211 van 1 augustus 2006, blz. 24-38) vervangen vanaf 13 oktober 2006 de overeenkomstige bepalingen van het vierde lid van dit artikel (Trb. 2012/223).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel