Elke Verdragsluitende Partij dient, voorzover mogelijk en passend, in het bijzonder met het oog op de toepassing van de artikelen 8 en 10:
de bestanddelen van de biologische diversiteit die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik ervan te inventariseren aan de hand van de in Bijlage I gegeven indicatieve lijst;
de overeenkomstig letter a geïnventariseerde bestanddelen van de biologische diversiteit onder toezicht te houden, door middel van monsterneming en andere technieken, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan die bestanddelen die dringend maatregelen tot behoud vereisen en die welke de meeste mogelijkheden bieden voor duurzaam gebruik;
processen en categorieën activiteiten te inventariseren die aanmerkelijke nadelige gevolgen hebben of zouden kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en hun gevolgen onder toezicht te houden door middel van monsterneming en andere technieken; en
de gegevens verkregen uit de inventarisatie en het toezicht ingevolge de letters a, b en c te bewaren en te structureren met behulp van een systeem.
Artikel 7
Inventarisatie en toezicht
Onderdeel van Verdrag inzake biologische diversiteit· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 1994