**1.** Elke Lid-Staat verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van Roemeense vennootschappen en onderdanen en voor de exploitatie van op zijn grondgebied gevestigde Roemeense vennootschappen en onderdanen een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan zijn nationale vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor wat betreft het in bijlage XVI vermelde.
**2.** Onverminderd lid 3 verleent Roemenië vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen en voor de exploitatie van op zijn grondgebied gevestigde communautaire vennootschappen en onderdanen een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de nationale vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor de in bijlage XVII vermelde sectoren. Mochten de bestaande wetgevingen en regelingen een dergelijke behandeling van communautaire vennootschappen, en onderdanen voor bepaalde economische activiteiten in Roemenië bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst niet toekennen, dan dient Roemenië deze wetgevingen en regelingen te wijzigen om deze behandeling op zijn laatst aan het einde van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst te verzekeren.
**3.** Voor de in bijlage XVIII vermelde sectoren en zaken, met uitzondering van bankactiviteiten als bedoeld in Wet nr. 33 van 1991, verleent Roemenië geleidelijk en op zijn laatst aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode voor de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de nationale onderdanen en vennootschappen wordt verleend. Voor wat voornoemde bankactiviteiten betreft, wordt de nationale behandeling op zijn laatst aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst verleend.
**4.** Roemenië voert tijdens de in de leden 2 en 3 bedoelde overgangsperioden geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging en de exploitatie van communautaire vennootschappen en onderdanen op zijn grondgebied discrimineren in vergelijking met de nationale vennootschappen en onderdanen.
**5.** In de zin van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
,,vestiging":
voor onderdanen, het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan alsmede het recht op de oprichting en het beheer van ondernemingen, met name vennootschappen die zij daadwerkelijk besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere Partij en geeft evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere Partij, Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op hen die niet uitsluitend zelfstandig zijn;
voor vennootschappen het recht op toegang tot en de uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting en het beheer van dochterondernemingen, filialen en agentschappen;
„dochterondernemingen" van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;
„economische activiteiten": met name activiteiten van industriële aard, activiteiten van commerciële aard, activiteiten van het ambacht en activiteiten van de vrije beroepen.
**6.** De Associatieraad onderzoekt regelmatig de mogelijkheid van bespoediging van de verlening van nationale behandeling in de in bijlage XVIII vermelde sectoren en het onder de werkingssfeer van het bepaalde in de leden 1, 2, 3 en 4 van dit artikel brengen van de in de bijlagen XVI en XVII vermelde gebieden en zaken. Er kunnen bij besluit van de Associatieraad wijzigingen op deze bijlagen worden aangebracht.
Na het verstrijken van de in de leden 2 en 3 bedoelde overgangsperioden kan de Associatieraad bij uitzondering, op verzoek van Roemenië, en indien zulks noodzakelijk is, besluiten om de duur van deze overgangsperiode voor bepaalde gebieden of zaken voor een beperkte periode te verlengen.
**7.** In afwijking van het bepaalde in dit artikel hebben op het grondgebied van Roemenië gevestigde communautaire vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het recht onroerend goed aan te kopen, te gebruiken, te huren en te verkopen en wat staatseigendom, landbouwgrond en bossen betreft, het recht om te pachten, wanneer zulks direct noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij gevestigd zijn. Dit recht omvat niet vestiging met het oog op het verhandelen van onroerend goed en natuurlijke rijkdommen of het bemiddelen hierbij.
Roemenië kent deze rechten uiterlijk aan het einde van de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst toe aan in Roemenië gevestigde filialen en agentschappen van communautaire vennootschappen.
Roemenië kent deze rechten uiterlijk aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode toe aan als zelfstandige in Roemenië gevestigde communautaire onderdanen.
TITEL IV › HOOFDSTUK II
Artikel 45
Artikel 45
Onderdeel van Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1995