Naar hoofdinhoud

TITEL V › HOOFDSTUK II

Artikel 64

Artikel 64

Onderdeel van Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 1995

1. Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en Roemenië nadelig kunnen beïnvloeden zijn: alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst; het feit dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op het grondgebied van de Gemeenschap of van Roemenië, of op een wezenlijk deel daarvan; alle openbare steunmaatregelen die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen. 2. Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap. 3. De Associatieraad stelt binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 en 2 vast. 4. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, sub iii), komen de Partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst alle door Roemenië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Roemenië wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 92, lid 3, sub a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. De Associatieraad besluit, met inachtneming van de economische situatie in Roemenië, of die periode met een verdere termijn van vijf jaar dient te worden verlengd. Elke Partij garandeert met betrekking tot overheidssteun doorzichtigheid door met name ieder jaar aan de andere Partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van een van de Partijen verstrekt de andere Partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. 5. Met betrekking tot de produkten vermeld in de hoofdstukken II en III van titel III: is het bepaalde in lid 1, sub iii), niet van toepassing; dienen alle handelwijzen welke in strijd zijn met lid 1, sub i), te worden beoordeeld overeenkomstig de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en meer bepaald bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad. 6. Indien de Gemeenschap of Roemenië van mening is dat een bepaalde handelwijze onverenigbaar is met lid 1 en: niet op toereikende wijze wordt bestreken door in lid 3 bedoelde uitvoeringsbepalingen, of dergelijke regels niet bestaan en de handelwijze oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige schade voor de belangen van de andere Partij of van belangrijke schade voor de binnenlandse industrie van die Partij, met inbegrip van haar dienstverlenende sector, kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van de Associatieraad of na een termijn van 30 werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg. Met betrekking tot handelwijzen welke onverenigbaar zijn met lid 1, sub c), van dit artikel kunnen, indien de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel daarop van toepassing is, dergelijke passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel opgenomen procedures en voorwaarden en alle andere in het kader daarvan via onderhandelingen tot stand gekomen instrumenten welke voor beide Partijen van toepassing zijn. 7. In afwijking van alle eventueel daarmee strijdige bepalingen welke in overeenstemming met lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de Partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit de vereisten inzake beroeps- en zakengeheim. 8. Dit artikel is niet van toepassing op de produkten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal betrekking heeft en welke in Protocol nr. 2 worden behandeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel