**1.** De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid, die zij als een prioriteit beschouwen.
**2.** De samenwerking heeft betrekking op de bestrijding van het milieubederf en met name op:
de daadwerkelijke controle van het verontreinigingspeil; een informatiesysteem betreffende de staat van het milieu;
de bestrijding van de plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;
ecologisch herstel;
duurzame, doeltreffende en milieuvriendelijke technieken voor energieproductie en -verbruik; de veiligheid van industriële installaties;
de classificaties en veilige behandeling van scheikundige produkten;
de waterkwaliteit, in het bijzonder van grensoverschrijdende waterwegen (de Donau, de Zwarte Zee);
het verminderen, recycleren en veilig verwijderen van afval; de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;
de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en scheikundige verontreiniging;
de bescherming van bossen;
het in stand houden van de soortenrijkdom;
ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
de aanwending van economische en fiscale instrumenten;
klimaatverandering op wereldniveau;
onderwijs en bewustmaking op milieugebied.
**3.** De samenwerking zal in hoofdzaak op de volgende wijze plaatshebben:
uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën, en het veilig en milieuvriendelijk gebruik van biotechnologie;
opleidingsprogramma’s;
gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;
harmonisatie van wetgeving (communautaire normen);
samenwerking in regionaal verband (met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau, na de oprichting daarvan door de Gemeenschap) en op internationaal niveau;
uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties;
milieu-effectstudies.
TITEL VI
Artikel 81
Milieu
Onderdeel van Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1995