Naar hoofdinhoud

Artikel XXIV

Slotbepalingen

Onderdeel van Overeenkomst inzake overheidsopdrachten· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1996

1. Deze Overeenkomst treedt op 1 januari 1996 in werking voor de regeringen1)In de zin van deze Overeenkomst worden onder het begrip „regering” mede verstaan de bevoegde autoriteiten van de Europese Gemeenschappen. wier onderling overeengekomen lijsten van alles waarop de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing zijn in de Bijlagen 1 tot en met 5 van Aanhangsel I bij deze Overeenkomst zijn opgenomen en die, door ondertekening, de Overeenkomst van 15 april 1994 hebben aanvaard of die de Overeenkomst op die datum hebben ondertekend onder voorbehoud van ratificatie en de Overeenkomst vervolgens vóór 1 januari 1996 hebben geratificeerd. 2. Iedere regering die Lid is van de WTO, of, vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst, die Verdragsluitende Partij is bij de GATT, en geen Partij is bij deze Overeenkomst, kan hiertoe toetreden op tussen deze regering en de Partijen overeen te komen voorwaarden. De toetreding vindt plaats door nederlegging bij de Directeur-Generaal van de WTO van een toetredingsinstrument waarin de aldus overeengekomen voorwaarden zijn opgenomen. De Overeenkomst treedt voor een toetredende regering in werking op de 30e dag na haar toetreding tot de Overeenkomst. 3. Hong Kong en Korea kunnen de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen XXI en XXII, uitstellen tot uiterlijk 1 januari 1997. Indien de aanvangsdatum van de toepassing van de bepalingen door deze landen vóór 1 januari 1997 valt, wordt de Directeur-Generaal van de WTO hiervan 30 dagen van tevoren in kennis gesteld. Gedurende de periode tussen de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en de datum van toepassing ervan door Hong Kong worden de wederzijdse rechten en verplichtingen van Hong Kong enerzijds en alle andere Partijen bij deze Overeenkomst die op 15 april 1994 Partij waren bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van Genève van 12 april 1979, gewijzigd op 2 februari 1987 (de „Overeenkomst van 1988”), anderzijds geregeld door de materiële2)Alle bepalingen van de Overeenkomst van 1988 met uitzondering van de Preambule, artikel VII en artikel IX, dit laatste behoudens lid 5, onder a. en b., en lid 10. bepalingen van de Overeenkomst van 1988, met inbegrip van de Bijlagen, zoals gewijzigd of gerectificeerd; deze bepalingen maken met het oog daarop door middel van verwijzing deel uit van deze Overeenkomst en blijven van kracht tot 31 december 1996. In de betrekkingen tussen Partijen bij deze Overeenkomst die ook Partij waren bij de Overeenkomst van 1988 vervangen de rechten en verplichtingen die uit deze Overeenkomst voortvloeien die welke uit hoofde van de Overeenkomst van 1988 golden. Artikel XXII treedt pas in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst. Tot dat tijdstip blijven de bepalingen van artikel VII van de Overeenkomst van 1988 van toepassing op overleg en beslechting van geschillen in het kader van deze Overeenkomst; deze bepalingen maken met het oog daarop door middel van verwijzing deel uit van deze Overeenkomst. Deze bepalingen worden toegepast onder de auspiciën van het Comité dat in het kader van deze Overeenkomst is opgericht. Vóór de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst worden verwijzingen naar WTO-organen geacht te verwijzen naar de overeenkomstige GATT-organen en worden verwijzingen naar de Directeur-Generaal van de WTO en naar het WTO-Secretariaat geacht te verwijzen naar respectievelijk de Directeur-Generaal van de Verdragsluitende Partijen bij de GATT en het GATT-Secretariaat. 4. Ten aanzien van de bepalingen van deze Overeenkomst mag geen voorbehoud worden gemaakt. 5. Iedere regering die deze Overeenkomst aanvaardt of daartoe toetreedt, draagt er uiterlijk op de datum waarop deze Overeenkomst te haren aanzien in werking treedt, zorg voor dat haar wetten, verordeningen en administratieve procedures alsmede de regels, procedures en praktijken welke door de in de aan deze Overeenkomst gehechte lijst vermelde instanties worden toegepast, in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst. Iedere Partij stelt het Comité in kennis van elke wijziging in haar wetten en verordeningen die voor deze Overeenkomst van belang zijn, en in de uitvoering van die wetten en verordeningen. 6. Rectificaties, het overbrengen van een instantie van de ene Bijlage naar de andere en, in uitzonderlijke gevallen, andere wijzigingen met betrekking tot de Aanhangsels I tot en met IV bij deze Overeenkomst worden aan het Comité medegedeeld, tezamen met inlichtingen over de vermoedelijke gevolgen van de wijziging voor de onderling overeengekomen werkingssfeer van deze Overeenkomst. Indien de rectificaties, overbrenging of andere wijzigingen van zuiver formele aard of van gering belang zijn, worden zij van kracht wanneer daartegen niet binnen 30 dagen bezwaar is gemaakt. In andere gevallen roept de voorzitter van het Comité onverwijld een vergadering van het Comité bijeen. Het Comité neemt het voorstel en elke eventuele vordering tot compenserende aanpassingen in beraad met als oogmerk dat rechten en verplichtingen in evenwicht worden gehouden en de onderling overeengekomen werkingssfeer van deze Overeenkomst op een vergelijkbaar niveau blijft als vóór de wijziging. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de aangelegenheid worden behandeld in overeenstemming met de bepalingen van artikel XXII. Indien een Partij, gebruik makend van haar rechten, een instantie uit Aanhangsel I wil verwijderen omdat de zeggenschap of invloed van de overheid ten aanzien van die instantie daadwerkelijk is beëindigd, stelt die Partij het Comité daarvan in kennis. Een dergelijke wijziging wordt van kracht de dag na het einde van de volgende bijeenkomst van het Comité, voor zover die bijeenkomst niet minder dan 30 dagen na het tijdstip van de kennisgeving plaatsvindt en er geen bezwaar is gemaakt. Indien bezwaar is gemaakt, kan de zaak verder worden afgehandeld volgens de procedures op het gebied van overleg en geschillenbeslechting als bedoeld in artikel XXII. Bij de beoordeling van de voorgestelde wijziging in Aanhangsel I en de eventuele compenserende aanpassingen dient rekening te worden gehouden met de mate waarin het opheffen van zeggenschap of invloed van de overheid de markt openstelt. 7. Het Comité toetst ieder jaar de tenuitvoerlegging en de toepassing van deze Overeenkomst, zulks met inachtneming van de doelstellingen ervan. Het Comité stelt elk jaar de Algemene Raad van de WTO op de hoogte van de ontwikkelingen die zich gedurende de periode waarop die toetsing betrekking heeft, hebben voorgedaan. Uiterlijk na het verstrijken van het derde jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en vervolgens op gezette tijden voeren de Partijen bij deze Overeenkomst verdere onderhandelingen ten einde deze Overeenkomst op basis van onderlinge wederkerigheid te verbeteren en voor alle Partijen de grootst mogelijke uitbreiding van de werkingssfeer te bewerkstelligen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel V met betrekking tot de ontwikkelingslanden. De Partijen trachten geen discriminerende maatregelen en praktijken in te voeren of in stand te houden die tot een verstoring van het open aanbestedingsklimaat leiden, en streven er in het kader van de onder b. bedoelde onderhandelingen naar die welke bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst nog bestaan uit de weg te ruimen. 8. Om te voorkomen dat de Overeenkomst de technische vooruitgang onnodig zou belemmeren plegen de Partijen in het Comité geregeld overleg over de ontwikkelingen in het gebruik van de informatietechnologie bij het plaatsen van overheidsopdrachten en besluiten zij, indien nodig, na onderhandelingen tot aanpassingen aan de Overeenkomst. Dit overleg heeft met name ten doel te garanderen dat het gebruik van de informatietechnologie de doelstellingen ter zake van een open, niet-discriminerende en doeltreffende aanbesteding van overheidsopdrachten door middel van doorzichtige procedures bevordert, dat duidelijk bepaald is welke opdrachten onder de Overeenkomst vallen en dat alle beschikbare informatie betreffende een bepaalde opdracht kan worden teruggevonden. Indien een Partij voornemens is een innovatie in te voeren, tracht zij daarbij rekening te houden met de standpunten die andere Partijen ten aanzien van eventuele moeilijkheden hebben ingenomen. 9. De Partijen kunnen deze Overeenkomst onder meer aanpassen in het licht van de bij de tenuitvoerlegging ervan opgedane ervaring. Indien een aanpassing door de Partijen overeenkomstig de door het Comité vastgestelde procedures is overeengekomen, treedt deze aanpassing voor een Partij pas in werking wanneer deze door deze Partij is aanvaard. 10. Iedere Partij kan deze Overeenkomst opzeggen. De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de Directeur-generaal van de WTO hiervan schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen. Na ontvangst van deze kennisgeving kan elke Partij om onmiddellijke bijeenroeping van het Comité verzoeken. Indien een Partij bij deze Overeenkomst geen Lid wordt van de WTO binnen een jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst of ophoudt Lid te zijn van de WTO, houdt zij op dezelfde datum op Partij te zijn bij deze Overeenkomst. 11. Deze Overeenkomst is niet van toepassing tussen twee Partijen, indien een van deze Partijen, op het tijdstip dat zij deze Overeenkomst aanvaardt of hiertoe toetreedt, niet instemt met deze toepassing. 12. De Aantekeningen, Aanhangsels en Bijlagen maken integrerend deel uit van deze Overeenkomst. 13. Het Secretariaat van de WTO neemt het secretariaat van deze Overeenkomst waar. 14. Deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de WTO, die aan elke Partij onverwijld een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt van deze Overeenkomst, alsmede van elke rectificatie of wijziging die hierin overeenkomstig lid 6 is aangebracht en van elke aanpassing die hierin overeenkomstig lid 9 is aangebracht, alsook een kennisgeving van elke aanvaarding of toetreding overeenkomstig de leden 1 en 2 en van elke opzegging overeenkomstig lid 10. 15. Deze Overeenkomst zal worden geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Rechtspraak bij dit artikel