Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Financiële, economische en ontwikkelingssamenwerking

Onderdeel van Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1995

1. Dit Raamverdrag laat onverlet de op 25 november 1975 te Paramaribo totstandgekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende ontwikkelingssamenwerking, met Bijlagen en Aanvullende Protocollen. Deze Overeenkomst vormt het uitgangspunt voor de samenwerking op financieel en economisch gebied. 2. In het kader van de bevordering van economische ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid werken de Regeringen van beide Staten samen ten behoeve van de uitvoering van een programma van aanpassing en structurele hervorming van de Surinaamse economie gericht op herstel, groei en een rechtvaardige welvaartsverdeling. De Republiek Suriname zal de eigen middelen en inkomsten zoveel mogelijk opvoeren teneinde naar vermogen aan genoemd programma bij te dragen. De Regeringen van beide Staten zullen in de aanzet van genoemd programma ertoe overgaan nader overeen te komen bedragen ten laste van de uit hoofde van de Overeenkomst betreffende ontwikkelingssamenwerking van 25 november 1975 beschikbare middelen te bestemmen voor: een investeringsprogramma voor rehabilitatie en verbetering van de infrastructuur; een sociaal programma waaronder begrepen financiële bijdragen aan een sociaal fonds, om ongewenste sociale effecten bij de aanpassing en structurele hervorming van de economie zo goed mogelijk op te vangen; investeringen in sociale sectoren, onder andere ten behoeve van onderwijs, gezondheidszorg en volkshuisvesting; een programma ter stimulering van de particuliere productie waaronder begrepen betalingsbalanssteun en financiële bijdragen aan een investeringsfonds; en wederopbouw en ontwikkeling van het binnenland. Bovendien kunnen in verband met de versnelde uitvoering van de overeengekomen nauwere samenwerking en met inachtneming van artikel 2, lid 7, verdragsmiddelen van de Overeenkomst betreffende ontwikkelingssamenwerking van 25 november 1975 worden aangewend ten behoeve van de versterking van de democratie en de rechtsstaat. De verdeling van dat deel van de middelen dat nu reeds wordt toegewezen aan bovengenoemde categorieën wordt neergelegd in een protocol. 3. De samenwerking strekt zich tevens uit tot de bevordering van directe buitenlandse investeringen, van de wederzijdse handel en van de overdracht van technologie, waartoe zo nodig speciale overeenkomsten kunnen worden gesloten. 4. Voorzover de Regeringen van beide Staten het wenselijk achten, werken zij op monetair gebied samen ter bevordering van prijsstabiliteit en een gezonde munt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel