Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, zo veel mogelijk bijstand in aangelegenheden ter zake van regulering en toezicht binnen de werkingssfeer van dit Verdrag. 2. Dit Verdrag schept niet een door derden afdwingbaar recht om over te gaan tot verzoeken of om namens hen verzoeken te doen uitgaan. 3. Dit Verdrag wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de Verdragsluitende Partijen. 4. Dit Verdrag laat de verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen die voortvloeien uit hun lidmaatschap van internationale organisaties of uit internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, onverlet.

Rechtspraak bij dit artikel